Ruim een eeuw geleden begonnen de fokkers in Gelderland met het fokken van het Gelders paard. Ze fokten voor eigen gebruik, maar hielden tevens rekening met de behoeften van de handel. Ze kruisten de makke merries met hengsten uit Engeland, Egypte, Hongarije, Duitsland, Polen en Rusland. Het resultaat was een tuigpaard met een goed voorkomen en een levendige gang, dus geschikt voor rijpaard en voor werk in het tuig.
Hoewel het Gelders paard en de Groninger oorspronkelijk duidelijk van elkaar verschilden, is er tegenwoordig tussen deze twee typen niet veel onderscheid meer te zien. Ze stammen beide af van de Oldenburgers en Oostfriezen, maar de Gelderse paarden voeren daarbij ook nog wat Anglo-Normandisch bloed. Het Gelders paard voldoet zowel in het tuig als onder het zadel en wordt ook als wedstrijdpaard gebruikt. De zwaardere Groninger is hoofdzakelijk een landbouwpaard, ook al kan het tevens als rijpaard dienst doen.
Het Gelders paard heeft een stokmaat van 1.55 tot 1.60 cm. De meest voorkomende kleuren zijn schimmel en vos, veelal met bles en witte benen. De Groninger is doorgaans donker bruin of zwart met witte aftekeningen. De stokmaat is vanaf 1.55 cm.
Heden ten dage is de Gelderlander nog steeds een eersteklas tuigpaard, maar afgericht onder het zadel blijkt hij een minstens zo goed springpaard te zijn!
|